Dieet

Deze column is begonnen als een grapje tussen twee collega’s. De ene daagde de andere uit om een column te schrijven op de website van Fontys Fydes. Ik was net begonnen met het organiseren van twee conferenties over opbrengstgericht werken voor de PO raad, vorig jaar mei en november 2010. Het onderwerp opbrengstgericht werken kwam steeds meer in de belangstelling te staan. Aangezwengeld door de inspectie, de PO raad, de politiek en de publieke opinie. Door iedereen eigenlijk. Dubieuze onderwijspraktijken halen de voorpaginax92s van de media. En nu in juni 2011 lijkt het, alsof we nooit anders meer kunnen denken dan in termen van opbrengstgericht.

Een mooi moment om te stoppen. Deze is de laatste in de reeks over opbrengstgericht werken, het is welletjes! Beste lezer, dank u wel voor het volgen, ik was steeds blij verrast met zoveel dagelijkse bezoekers!

In de afgelopen tijd heb ik ontdekt dat je opbrengstgericht werken heel goed kunt vergelijken met een heel ander fenomeen van onze tijd: afvallen en op dieet gaan. Het is natuurlijk wel de omgekeerde richting, want bij afvallen moeten de cijfers omlaag en bij opbrengsten omhoog. Maar het gaat over de getallen. De CITOtoets is als de weegschaal, de CITOnorm is als de BMI, dat is een soort formule waarmee je kunt uitrekenen wat je ideale gewicht is. En de inspectie lijkt verdacht veel op Sonja Bakker. Die kan ook zo streng kijken. (Of als de dokter die dreigt met een enge ziekte als je nu niet snel….) In haar boeken vind je talloze lijstjes wat je wel en niet moet eten voor een goed resultaat. Net zo publiceert de inspectie met de regelmaat van de klok onderzoeken met handige gedragslijsten voor leraren, directie en besturen.

En net als in dieetland hebben we hier ook de discussie over de snelle en de duurzame aanpak. Kies je voor het crashdieet of voor een langere weg van gezond eten, voor een meer duurzaam effect. Of voor gegoochel met getallen, om een ander en jezelf voor de gek te houden. Ook het jojo effect kun je soms in scholen terugzien. Ene jaar resultaten omhoog, andere jaar weer omlaag. Meestal is het niet zo moeilijk om de eerste resultaten te boeken, het volhouden is een veel grotere opgave en vergt veel inzet, discipline, uithoudingsvermogen. Soms moet je uiteraard wel op dieet, beter en prettiger is het om dat te vermijden.

Duurzame effecten haal je eigenlijk alleen maar als je de inzet langer kunt volhouden. Als je goed gemotiveerd bent. Als je een bedoeling hebt. Als je ervan overtuigd bent, dat het goed is als kinderen goed presteren en veel leren, dat elk kind het beste uit zichzelf moet halen. Dat het goed is voor de kinderen zelf, maar ook voor onze samenleving als geheel. En dat jij daaraan wilt bijdragen. In de klas en in de school. Dat je daarop studeert, om te leren hoe dat moet. Dat je daarom je lessen goed voorbereidt. Dat je het team daarin ondersteunt als directeur of IB-er. Dat je trots wilt zijn op de leerlingen van jouw school. En op de leraren natuurlijk. Weg met het dieet!

Annemarie Boin

29 juni 2011

 

 

Inlogscherm Ello2

Ter voorbereiding van een pilot met OWG/Eduliga -gericht op het werken met een electronische leeromgeving- vindt u hieronder het inlogscherm.Ello2

 

gebruikersnaam:
wachtwoord:
 

Mocht u meer willen weten over deze pilot of over de electronsiche leermogeving Ello 2 dan kunt contact opnemen met Karlijn Dankers: k.dankers@fontys.nl
We lichten alvast even een tipje van de sluier op……. Klik op onderstaand plaatje.
Productsheet_ello 

Inlogcode OWG

gebruikersnaam:  
wachtwoord:  
   

537

Basis voor Presteren, zo heet het actieplan dat minister Marja van Bijsterveldt vorige maand 23 mei naar de Tweede Kamer stuurde. Het plan voor het voortgezet onderwijs heet Beter Presteren, en voor alle leraren is er ook een actieplan: Leraar 2020  Een krachtig beroep. Met deze plannen wil de minister een ambitieuze leercultuur realiseren en waar het allemaal om draait: hogere prestaties van alle leerlingen. Om maar eens wat te noemen: het gemiddelde prestatieniveau op de Cito-Eindtoets is in 2015 gestegen naar 537. Dat ligt dan nu op 535, 4. Dat is niet niks, vooral als je bedenkt dat het gemiddelde de laatste jaren rond de 535 cirkelt.

Waarom beter presteren? Het actieplan besteedt er niet veel woorden aan. Elke klas zit barstensvol talent, ieder kind heeft talent. Dit talent vormt het meest kostbare kapitaal binnen onze samenleving. De leerlingen worden er gelukkiger van. Met hogere prestaties leggen zij een betere basis voor vervolgonderwijs, betere kansen op de arbeidsmarkt en een goede kwaliteit van leven. En het is goed voor een veerkrachtige economie. Ik blader nog eens door het actieplan, maar hier moeten we het wel mee doen. Kort en krachtig is het. Jip en Janneke zouden het niet korter kunnen zeggen.

Wat staat er zoal op het programma van de minister? Ouders krijgen beter toegang tot informatie over prestaties van scholen, je kunt vanaf 2012 als school het predicaat excellent verdienen, er komt een soort meetlat waarmee je in beeld kunt brengen wat de toegevoegde waarde van de school is, meer scholen maken afspraken met ouders over leerresultaten, de opbrengsten van de voor- en vroegschoolse educatie gaan omhoog. Ik blader nog eens heen en terug. Zou dit echt gaan werken? Ik kom in de dagelijkse praktijk wel steeds meer onderwijsmensen tegen die dingen doen waarmee je betere scores haalt op de CITO-toetsen. Dat is eigenlijk heel eenvoudig: gewoon zorgen voor heel veel ervaring in het maken van opgaven. Wekelijks een paar oefencito’s en je begrijpt de vragen beter, je herkent opgaven etc. Die 537 moeten we dus wel kunnen halen.

Maar worden we hier echt ambitieuzer van? Waarom gaan we ons best doen voor betere prestaties? Omdat we niet negatief in de openbaarheid willen komen? Of om het predicaat excellent te halen? Of om een negatief inspectierapport met alle ellende van dien te vermijden? Of stellen we ons hogere morele doelen en willen we het welzijn van onze kinderen bevorderen door hen beter te laten presteren? Omdat we beseffen dat onze economie op kennis drijft? Omdat we betere opbrengsten waardevol vinden voor onze kinderen en onze samenleving? 537 is ook maar een getal.

Annemarie Boin

16 juni 2011

 

 

Alle mobieltjes aan!

Mobieltjesbeleid op scholen ware chaos. Daarmee opent de Nationale Academie voor Media &Maatschappij de samenvatting van het onderzoek dat de Academie hield in het voorjaar van 2011 op 42 basisscholen en 78 scholen voor voortgezet onderwijs. Nederlandse scholen weten zich geen raad met het gebruik van mobieltjes in de school. Het ontbreekt aan afspraken en beleid. Het rapport is een aanrader, met goede tips voor scholen. Je kunt het vinden op www.mediaenmaatschappij.nl.Ik lees dat leraren vaak niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden van een Blackberry of Smartphone, waarmee je direct toegang kunt krijgen tot internet. Je kunt er leuke en goede dingen mee doen, maar helaas ook slechte dingen.

Soms wordt een telefoon gebruikt als wapen tegen andere leerlingen of leraren. Dat heet digitaal pesten, bedoeld om de reputatie te schaden van een medeleerling of docent. Of om een hoger cijfer af te dwingen. Een foto, geluidsopname of filmpje van een conflict in de les of een docent op de wc is zo gemaakt en op Hyves, Youtube, en Facebook gezet. Niet alleen onveiligheid is het gevolg, maar ook kan een mobieltje de les verstoren. Bijvoorbeeld als de leerlingen tijdens de les gaan twitteren dat ze zich vervelen. In 2011 gooien de leerlingen niet meer met propjes, maar met tweets.

Op het NOS journaal kon je meteen zien hoe enkele scholen stoer reageren met: Niks aan de hand, wij hebben het onder controle. Bij ons moeten de mobieltjes worden ingeleverd als ze tevoorschijn komen in de les. Ik moest meteen denken aan mijn eigen schooltijd. Toen waren er ook dingen uit de gewone wereld, die je absoluut niet op school moest laten zien, want dan verdween het in een kast of je kreeg een hoop afkeuring te verduren. Stripboeken bijvoorbeeld. Dat zou belemmerend werken op het leren lezen. Nu weten we wel beter.

Waarom verbieden? Waarom niet aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen? Voor goede opbrengsten is het belangrijk dat leerlingen gemotiveerd en betrokken zijn bij de les. Die mobieltjes kunnen je daarbij heel goed helpen. Want wat kun je er leuke dingen mee doen! Je kunt ze aansluiten op het digibord. (Vraag me niet hoe, maar het schijnt te kunnen).  Of je kunt ze gebruiken als stemkastjes. Zo kun je saaie oefeningen levend maken. Of ze kunnen er iets mee opzoeken op internet. Of als rekenmachine gebruiken. Of je maakt een groep aan van jouw leerlingen en twitter met elkaar om meningen uit te wisselen. Of geef eens een schriftelijke opdracht via de telefoon. Of bel de leerling op en lees een mooi gedicht voor. Begin de les eens met: Alle mobieltjes aan!

Annemarie Boin

31 mei 2011